Columns

Gedrag

Een ingezonden brief van een meisje van 14. Het fatbikeverbod dat de gemeente voor onder meer het Vondelpark gaat instellen raakt haar. Tenminste zij is de dupe, in het bezit van een niet opgevoerde fatbike, waarmee ze normaal vaak door het Vondelpark fietst. Zonder gekke fratsen uit te halen. Maar ook zij moet straks, omdat ze op een fatbike rijdt, het Vondelpark mijden en wie weet welke stadsdelen er nog meer volgen. Het is een cliché, maar voor haar geldt: de goeden moeten onder de kwaden lijden. En daar baalt ze van.

Het is, zo stelt ze nadrukkelijk in haar brief, namelijk niet de fatbike die voor overlast zorgt, maar de berijder. En daarmee slaat ze de spijker op de kop, want het is het gedrag van de één zorgt vaak voor overlast bij de ander. En met dat gedrag is het bedroevend gesteld in ons land. En iemand op zijn gedrag aanspreken, is al helemaal uit den boze. In het meest gunstige geval word je verzocht je mond – zij het in iets minder flatteuze bewoordingen – te houden en krijg je vervolgens ‘slechts’ een terminale ziekte naar je hoofd gesmeten. Maar er zijn zat voorbeelden waarbij het erger afloopt.

Wel eens opgelet hoeveel afval er achterblijft in treinen, bussen en trams, hoeveel troep er naast de weg in de berm ligt en hoe vaak je aan het afval op straat al kunt zijn dat er een filiaal van een fastfoodketen in de buurt zit. Zwerfafval op straat komt er niet vanzelf, vuilnisbakken gaan niet vanzelf open en grofvuil … tja, we moeten het toch ergens kwijt dus: pleur maar neer.

Op de parkeerplaats of in de buurt van de supermarkt stikt het van de ongegeneerd achtergelaten winkelwagentjes, zeker nu je er bijna nergens meer een muntje hoeft in te stoppen. En waarom de moeite nemen om het karretje even terig te brengen naar de winkel. Nee, liever betalen we een maandabonnement op de sportschool om daar oo de koopband aan de slag te gaan, dan dat we twintig meter lopen om het winkelwagentje terug te brengen naar de supermarkt.

En slecht gedrag is niet bepaald leeftijdgebonden. Jongeren kun je sowieso eigenlijk niets verwijten. Tenslotte groei je op met het fatsoen dat je ouders je hebben aangeleerd. Winkelpersoneel dat kinderen waarschuwt toch voorzichtig om te gaan met de artikelen – tenslotte moeten die nog worden verkocht – krijgt vaak te maken met een boze ouder, want ‘Vlinder is niet gewend dat ze op slecht gedrag wordt gecorrigeerd’.

Niemand is roomser dan de paus, en laten we dus vooral ook eens naar ons eigen gedrag kijken. Maar laten we er toch vooral voor zorgen dat ons gedrag geen plaag wordt voor een ander.

Nol de Vries

0 Shares