Groen
Wie naar de plattegrond van Amsterdam kijkt, ziet veel groene plekken in de stad. Met name buiten de grachtengordel, waarbinnen alleen het Wertheimpark en Artis opvallende groene oases vormen, is er veel groen te ontdekken; van het Amstelpark in Buitenveldert tot het Vliegenbos in Amsterdam-Noord en van het Amsterdamse Bos ten zuiden van De Nieuwe Meer tot het Westerpark. En niet alleen de bekende parken, ook plantsoenen op het Frederiksplein en Weteringsplantsoen – en eigenlijk ook het Museumplein – geven onze stad een aantal rustplekken waar het zeker in de zomerse maanden goed toeven is.
En daar blijft het niet bij. In het Amsterdamse straatbeeld zijn bomen niet meer weg te denken, al is dat niet altijd zo vanzelfsprekend geweest. Pas in de negentiende en twintigste eeuw werd plaatsgemaakt om bomen te planten. Voorheen was Amsterdam een grote steenmassa. In vervlogen tijden werden kades en grachten vrijgehouden om het laden en lossen van goederen niet in de weg te zitten. Inmiddels kunnen we ons een Prinsengracht of Herengracht zonder bomen niet meer voorstellen.
De Amsterdammer draagt zelf een steentje bij aan het vergroenen van zijn stad. Geveltuintjes schieten als paddenstoelen uit de grond. Er ontstaan op initiatief van bewoners zogenoemde postzegelparkjes en in bijna alle stadsdelen zie je openbare buurttuintjes verschijnen, waar door enthousiaste buurtbewoners met hart en ziel aan wordt gewerkt om ze mooi en schoon te houden. En dat zijn niet alleen kleurrijke bloemenperkjes, maar steeds vaker beginnen bewoners gezamenlijk met een moestuin, waar van alles wordt verbouwd.
Laat ik even vooropstellen dat ik absoluut geen autovrije stad nastreef, en ik begrijp dat de hoge woningnood ons dwingt om zorgvuldig met de beperkte ruimte die de lokale overheid heeft te verdelen, moeten omspringen. Maar laten we toch vooral ook zuinig zijn op het vele groen dat we in de stad hebben en waar veel Amsterdammers – zowel zomers als ’s winters – dankbaar gebruik van maken.
Vondelpark, Oosterpark, Amstelpark, Westerpark en Sloterpark om er een paar te noemen, zijn een baken van ontspanning in de drukke en overvolle stad. Het hele jaar door gebruiken Amsterdammers de parken om aan de conditie te werken, wordt er recreatief gesport, en zijn er regelmatig culturele activiteiten. Er klinkt muziek in de parken, boekwerken worden er verslonden, paartjes liggen verstrengeld in elkaars armen en hapjes en drankjes worden gretig ingenomen. Even weg van driehoog achter, even de frisse lucht in.
Laten we zuinig zijn op al het groen dat we hebben, zodat we er allemaal nog lang van kunnen genieten.
Nol de Vries
