Smerig
Nooit gedacht dat ik dit zo zeggen, maar wat is Amsterdam een smerige stad geworden. De inzet en opruimwerkzaamheden van wijkbewoners ten spijt, begint de stad op een grote vuilnisbelt te lijken. En nee, dat ligt niet (alleen) aan inwoners en toeristen.
Tijdens een fietsritje van station Zuid naar de Elandsgracht nam de irritatie evenredig toe met het aantal afgelegde meters. Het stuk tussen de Paulus Potterstraat en het einddoel – de Elandsgracht roept zelfs ongeloof op. Alle vuilnisbakken zijn opengebroken, vuil probeert uit alle hoeken en gaten te ontsnappen. Eromheen is een verzameling zwerfvuil ontstaan, die eerder de term vuilnisbelt dan zwerfvuil verdient.
Voorbijgangers – of dit nou toeristen zijn of Amsterdammers – zijn over het algemeen van goede wil, getuige het vele afval dat staat op de overvolle vuilnisbakken of ernaast is gezet. Maar de bakken zijn zo vol dat er echt niets meer bij kan. En denk aan de vele buurtinitiatieven, waarbij bewoners samen de straat opgaan om het zwerfvuil op te ruimen, of particuliere acties als de komende Amsterdam CleansDay.
En natuurlijk is het makkelijk om te zeggen dat verzamelaars van lege blikjes en flesjes er de oorzaak van zijn sinds de invoering van het statiegeld dat de vuilnisbakken worden opengebroken. En deels klopt dit ook wel, maar dan nog verzuim je als gemeente je plicht om hier een oplossing voor te vinden. Er zijn zat manieren te bedenken om het inzamelen van legen blikjes en flesjes te bevorderen of makkelijker te maken. Of denk aan het vaker legen van vuilnisbakken. Plaats in ieder geval meer en betere vuilnisbakken.
Lopend door het overdekte deel tussen het Max Euweplein en het Nieuwe Gartmanplantsoen vraag je je af of er ooit nog wel eens een vuilnisman is geweest in dit gebied. Nu wil ik hier allerminst de medewerkers van de reinigingsdienst een slechte naam bezorgen. Ik heb het idee dat zij door het gemeentelijk beleid enorm worden beperkt in hun mogelijkheden. Ik kan me namelijk niet voorstellen dat er geen enkele werkende oplossing valt te bedenken waarmee dit kan worden aangepakt.
De verantwoordelijk wethouder met stadsreiniging in de portefeuille zou zich dan ook diep, diep moeten schamen. Ik vraag me oprecht af of ze überhaupt wel eens de straat opgaat. De enorme troep in de Amsterdamse straten is namelijk niet te missen en moet je als bestuurder toch aanmoedigen hier iets aan te doen. Maar het lijkt er eerder op dat het probleem in de Stopera niet wordt erkend.
Het gebeurt niet snel dat ik kwaad spreek over mijn geliefde stad, maar het overduidelijk zichtbare afvalprobleem is me een doorn in het oog. En toch, als mensen in het buitenland vragen waar ik vandaan, volgt nadat ik Amsterdam heb genoemd nog altijd de toevoeging: de mooiste stad van de wereld.
Nol de Vries
