Houden van

Hij knikte met een flauwe glimlach naar me toen ik naast hem ging zitten in de tram. Ik schatte hem ergens achter in de zeventig, misschien wel al in de tachtig.
‘You speak English?’vroeg hij, ‘ of gewoon Nederlands…’

Ik lachte.
‘Nederlands is goed, antwoordde ik.
‘Amsterdammer?’ was zijn volgende vraag.
‘Geboren en getogen’, was mijn antwoord.
‘Mooi zo’, mompelde hij en hij keek uit het raam.

We waren amper een straat verder of hij wendde zich opnieuw tot mij.
‘Hoe oud ben je?’

‘62’
‘Vind je dat Amsterdam is veranderd de laatste vijftig jaar?’ Ik knikte.
‘Ja, dat denk ik wel’
‘Ten goede?’
‘In een bepaald opzicht wel, maar op sommige gebieden
ook niet’, gaf ik als diplomatiek antwoord. ‘En wat vindt u?’ Maar hij reageerde niet, en keek weer uit het raam.

Het was een tijdje stil.
‘Weet je, ik ben nu 79, morgen word ik 80. Ik ben geboren bij de Jodenbreestraat en woon nu al meer dan vijftig jaar achter de Overtoom in de Zocherstraat.’ Hij wendde zich even af en keek weer naar buiten.

‘Mijn broer is verhuisd toen-ie kinderen kreeg. Naar Volendam of Monnikendam geloof ik. Vond de stad te druk zei die, om kinderen op te laten groeien. Ook mij zussen, ik heb er zeven, zijn allemaal weg uit de stad. Drie wonen er aan de overkant van het IJ. In Amsterdam-Noord, maar dat vind ik geen Amsterdam meer. Eentje zit nu weg te sterven in Almere, waar die andere zit weet ik eigenlijk niet. Twee zijn weer terug in Amsterdam… die liggen op de Nieuwe Ooster tegen de onderkant van het gras aan te kijken…’ Er kwam een rochelende lach uit zijn mond, gevolgd door een kwalijke hoest.

‘Weet je, ik ben nu 79. Morgen word ik 80, maar waarschijnlijk komt geen van mijn familie me opzoeken. Moeten ze helemaal de stad in… zeggen ze. En ze vinden m’n huisje te klein. Ik woon op 2 hoog en dat vinden ze te veel trappenlopen.’

Hij zuchtte.
‘Ze hebben me zo vaak gevraagd waarop ik niet ook die kant op kom. Nou, van me leven niet. Ik hou van Amsterdam. Ik hou van Amsterdam aan deze kant van het IJ…’
‘Al bijna 80 jaar’, zei ik lachend, terwijl ik opstond om uit te stappen.
‘Zo is het’, knikte hij instemmend.
En ik wenste hem een fijne verjaardag.

Nol de Vries

 

0 Shares