Eva’s hart gaat sneller kloppen van een mooi antiek meubel

Een passie wil ze het niet noemen. Maar dat ze gepassioneerd met haar werk bezig is, kan ze niet ontkennen. Stap met een antieke stoel of bank atelier Gouwe Klauwe binnen en haar hart begint sneller te kloppen, haar handen te jeuken om het binnenwerk aan te pakken. “Dat is mijn liefde voor het meubelstuk.” 

Is dat geen passie dan? Er valt een stilte. “Passie vind ik niet aansluiten bij het werk dat ik doe. Het heeft mijn interesse en ik heb er lol in. Maar ik weet niet of passie een juiste omschrijving is.” Waar ze niet zo goed tegen kan, is het romantiseren van haar vak, zegt ze dan. “Ambachtslieden leveren vakwerk af, die bezield met hun werk bezig zijn.” Ze verafschuwt de geperfectioneerde filmpjes op onder meer sociale media, waarin ambachtslieden moeiteloos en in een handomdraai de meest ingewikkelde klussen afwerken. Het geeft volgens Eva een compleet verkeerd beeld van ambachtslieden. Ze noemt het ambachtsporno. “Het is mooi gefilmd en het ziet er prachtig uit. Maar wat niet wordt getoond, zijn de jaren van oefenen die eraan voorafgaan. Het voortdurend aanpoten, missers en fouten maken en blijven doorgaan. Het duurt wel even voor je een echt ambacht onder de knie hebt.” 

Sinds 2018 is Eva de eigenaar van meubelstoffeerderij en atelier Gouwe Klauwe, waar ze in 2010 in de leer ging bij Willemien. Een contact dat toevallig ontstond. Eva belandde na haar studie aan de theaterschool in de danswereld, maar voelde zich daar niet senang. “Ik wilde andere dingen gaan doen en heb een paar stylingsopleidingen gevolgd.” Een van haar docenten kende een architect, die op zijn beurt weer Willemien kende. “Zo kwam ik eigenlijk per ongeluk bij haar terecht”, legt Eva uit. “We maakten de afspraak dat ik klanten zou adviseren over bijvoorbeeld stoffen en de juiste keuzes te maken. En Willemien zou mij dan het vak leren. Ze waarschuwde me nog wel dat het zwaar en smerig werk is. Maar dat vind ik juist het leuke aan dit vak.” 

En zo leerde ze, op de ouderwetse manier zoals ze zelf zegt, het vak. Als leermeester en gezel. “Ik heb altijd wel affiniteit gehad met techniek en stoffen, maar ook het fysieke. En de vorm van studie verschilt niet zo veel van een dansopleiding. Het is in beide gevallen blijven doen, elke keer een stapje moeilijker. Het is kijken, aanvoelen en doen.” 

Werken met antieke en oude stoelen en banken vind ze nog altijd het mooiste. “Dat heel oude spul, waarbij de traditionele bekledingstechnieken nodig zijn; opspannen van singels, innaaien van metalen springveren en het koppelen ervan. Alles wat je met de hand moet doen, vind ik geweldig. De stof die er uiteindelijk opkomt, is voor mij nog het minst interessant. Als ik foto’s kijk die ik van mijn werk heb gemaakt, dan zie ik alleen maar foto’s van binnenwerk. Als de stof er eenmaal opzit, vergeet ik vaak een foto te maken van het eindresultaat.” 

Iets maken dat gewoon goed in elkaar zit en weer lang meegaat, dat is kicken. Dingen mooi maken en zorgen dat ze behouden blijven. 

 “Mijn voorkeur gaat uit naar alles wat vooroorlogs is, voordat schuim en plastic materialen in trek kwamen. Bij antieke meubelen komt een heel verhaal tevoorschijn. Van de ambachtslieden die er voor mij aan hebben gesleuteld en herstelwerk hebben verricht. Ik heb aan een bank gewerkt uit 1850, waaraan zes bekleders al eerder reparaties hadden uitgevoerd. Dat is geweldig.  Dan ben je met iets bezig, waarvan je weet dat het weer voor heel lang behouden blijft.” En, benadrukt Eva, in die tijd werden meubelen ook beter gemaakt. De kwaliteit was veel degelijker, de materialen die werden gebruikt veel beter. 

 En is ze feitelijk dus behoorlijk, het toverwoord van deze tijd, duurzaam bezig. “Hedendaagse spullen gaan misschien twintig jaar mee, maar antieke meubelen houden het na goed herstelwerk zeker weer veertig tot vijftig jaar vol. Hou ouder het is, hoe langer het meegaat.” Maar, ervaart ze wel, mensen praten wel duurzaam, maar in de praktijk wil dat nog wel eens tegenvallen. “Ze kopen dan bijvoorbeeld een stoel bij de kringloop, komen hier voor herstelwerk en schrikken dan enorm van de kosten. Alles is handwerk en eist veel tijd. Een nieuwe stoel kopen is dan voordeliger. Ambachtelijk werk is voor mij het meest interessant en inderdaad volledig duurzaam, maar er hangt wel een prijskaartje aan. Ik neem in principe bijna alles aan, maar ik bespreek wel heel nadrukkelijk met de klant wat de mogelijkheden én de kosten zijn. Ik wil niet dat ze voor verassingen komen te staan.” 

 Ze krijgt veel designliefhebbers over de vloer. Maar ook handelaren van designstukken voor de Amerikaanse en Aziatische markt die moeten worden hersteld. Verder ook mensen die met erfstukken komen, waaraan een emotionele band kleeft. “Nostalgie speelt een grote rol bij dit soort meubelen.” Veel ouderen komen langs en bieden gratis oude stoelen en bankjes aan. “Prachtig spul, maar ik heb er geen ruimte voor en ik verkoop het ook niet. Ik ben ook geen verkoper, ben een echt ambachtspersoon. Dat zijn twee heel verschillende vakken. Natuurlijk komen er stoelen voorbij, waarvan mijn hart sneller gaat kloppen en waarmee dolgraag aan de slag wil. Maar het gebeurt wel dat ik een meubelstuk helemaal kaal heb gemaakt en dan denk: Waar ben ik in hemelsnaam aan begonnen. Het is dan zo gigantisch veel werk, dat ik op voorhand al weet dat ik er amper iets aan overhoud. Maar dan doe je het uit liefde voor het meubel. En voor de klant natuurlijk.” 

ATELIER GOUWE KLAUWE 

Eva Vrieling 

2e Jacob van Campenstraat 2 

https://www.ateliergouweklauwe.nl/

open op afspraak 

Foto: Lex Banning

0 Shares